Interview met Jan Verheyen

Regisseur Jan Verheyen is een Belgische film- en televisieregisseur en presentator. Hij maakte films als Alles Moet Weg, Vermist en Dossier K. Verheyen was tussen 2003 en 2005 programmadirecteur bij de Vlaamse zender VTM, maar heeft ook een grote voorliefde voor B-films. Niet voor niets heeft hij samen met Jan Doense (Mr. Horror) aan het roer gestaan van De Nacht van de Wansmaak.

In 2011 verscheen zijn eerste boek ‘Alles wat je eigenlijk zou moeten weten over film volgens Jan Verheyen’. Een heerlijk boek, maar vandaag spreken we Jan over zijn tweede boek ‘Alle Remmen Los!’. Met als ondertitel Seks, sadisme en swastika’s – een afdaling in de riolen van de pulpcinema uit de wilde jaren zeventig. Een flinke pil van 456 pagina’s waarin Jan ons mee terugneemt naar de pulpcinema uit de jaren ’70. Na de verstikkende (zelf)censuur in de cinema, die tot eind jaren zestig duurde, leek in die tijd alles te kunnen en te mogen. Jan heeft heel wat films in zijn jeugd gekeken, waarbij sommige een diepe indruk achterlieten. Speciaal voor dit boek heeft hij de meest opmerkelijke films uit dit tijdperk herzien en bespreekt hij verschillende genres. Het boek is rijkelijk geïllustreerd en bevat veel titels waar tegenwoordig nog steeds met verbazing en verontwaardiging op wordt teruggekeken.

Geheel coronaproof sprak It’s Only a Movie via Skype met Jan over zijn boek, dat eind oktober in de boekhandel ligt. Een interview dat niet als een interview voelde, maar meer als een goed gesprek tussen filmliefhebbers onder elkaar. Alleen een goed glas bier ontbrak.

Goedemorgen Jan, aangenaam kennis te maken. Fijn dat je tijd voor ons hebt vrij kunnen maken. Als eerste mijn complimenten voor het boek. Ik heb er van genoten. Het is een prachtig naslagwerk voor de (beginnende) genreliefhebber. Daar reken ik mijzelf ook onder.

Hahahahahaha, dat is goed om te horen. Ik ben blij dat ik je misschien nog een paar mooie filmpjes kan aanraden.

Na ‘Alles wat je eigenlijk zou moeten weten over film volgens Jan Verheyen’ kom je nu met een nieuw boek. Waarom hebben we zo lang moeten wacht op dit boek?

Voor dit boek had ik een zekere scoop. Als je het over de jaren 70 wilt hebben, dan moet je goed begrijpen dat er in die tien jaar ontzettend veel films zijn verschenen. Ik wou niet de fout ingaan om over deze films te schrijven zonder ze te herzien en dat kost veel tijd. Voor mijn werk als filmmaker kon ik niet zo maar even zes maanden vrijmaken om alleen maar te gaan kijken en schrijven. Ik heb er dus rustig de tijd voor genomen.

Hoe kijk je nu tegen die oude films aan als je ze herziet?

Veel van de films uit mijn boek worden door de tand des tijds niet meer liefdevol bejegend. Hoe je een film vindt is per definitie subjectief, maar ook nog eens tijd gerelateerd. Als je op je 15e een film ziet komt die heel anders binnen dan op je 57ste. Veel van de films die ik in mijn jeugd heb gezien en nu weer heb herzien voor het boek komen effectief anders binnen. Ik ben hier ook heel eerlijk in. Een film als Squirm (1976) van Jeff Lieberman is mij altijd bijgebleven, maar als je dat nu terugziet dan komt die film behoorlijk traag op gang.

Mijn dochter van vijftien houdt gelukkig van horror. Haar favoriete film reeks is Final Destination. Ze is ook een grote fan van The Walking Dead, dus het komt wel goed met haar. Ik heb haar gevraagd om af en toe mee te kijken. Als je vader dan, na tien seizoenen The Walking Dead, komt aanzetten met Lucio Fulci, dan is die stap voor haar te groot. Wat zij dan ziet is een trage, beetje knullig gemaakte film met huis, tuin en keuken effecten.

In de jaren 70 kwam dit heel anders binnen, ik weet nog steeds in welke filmzaal ik Zombie (1979) heb gezien. Dat is de nuancering die je moet maken. Het doet niets af aan de overkoepelende stelling van mijn boek, dat er namelijk geen enkel decennium is geweest in de cinema als de jaren 70. De onbeperkte vrijheid, het verkennen, verleggen en vertrappelen van grenzen is uniek voor die periode. Ik kijk terug in de geschiedenis, maar bespreek ook films die de erfgenamen zijn van het genre, zoals die vandaag nog bestaan.

Kijk jij vanwege je werk als regisseur nog heel anders naar een film?

Dat valt mee en daar ben ik ook ontzettend blij mee. Ik ken natuurlijk alle trucjes, maar ben nog altijd een zeer gewillige bioscoopbezoeker en filmkijker. Ik ga zitten en als de lichten dimmen dan zit ben ik er helemaal klaar voor. Neem me bij de hand en mee op jouw reis. Ik wil heel ver meegaan, maar verveel me niet. Als ik dan toch op de techniek let, dan duurt dat niet lang en zit ik gewoon te genieten.

Voor de oudere films kan ik ook door de technische tekortkomingen heen kijken als de rest maar goed is. Het viel mij bijvoorbeeld op dat de effecten van Children of the Corn (1984) van Fritz Kiersch zo slecht waren, dat ik me afvraag hoe hij hiermee is weggekomen.

Heb je alle films die je hebt herzien op fysieke media?

Ik heb ze hier allemaal staan (Jan laat trots zijn enorme filmcollectie zien)! Hieruit kun je afleiden dat de research van het boek mij meer heeft gekost dan dat het mij ooit zal opbrengen. Het is erg, maar je blijft kopen. Dan zie je weer dat Blue Underground weer een mooie 3-disc uitgave heeft liggen. Ik vind het niet erg, want het is een mooie collectie. Ik heb bijna alles op fysieke dragers gevonden. Ik wilde de films in de meest optimale omstandigheden herzien en daar heb ik een mooie zaal voor. Ik heb de films met het respect behandeld die ze in de meeste gevallen verdienen. Mocht een film me na een kwartier niet meer boeien, dan ben ik gestopt. Het ergste wat je bij een film kan hebben is verveling.

Heb je vaak de handdoek in de ring gegooid bij een herziening?

Ja, een aantal films bleken echt kinderen van hun tijd te zijn, maar gelukkig heb ik de meeste films met evenveel plezier bekeken. Ik vond Who Can Kill a Child (1976) van Narciso Ibáñez Serrador nog steeds geweldig om te zien. Ik vind de film zelfs remakewaardig, als dat tegenwoordig nog zou kunnen. Er zijn ook films die ik zelfs heb geherwaardeerd, omdat ik die destijds heb gezien, zonder dat ze zijn blijven hangen. Africa Addio (1966) van Gualtiero Jacopetti en Franco Prosperi kwam nog steeds als een mokerslag binnen. Die film is gemaakt met een fout soort verontwaardiging, maar daardoor heeft de film juist nu nog zo’n impact. Dat was een straffe film om weer te zien.

Veel films uit die beruchte jaren 70 kunnen nu niet meer gemaakt worden.

Wij denken allemaal, en de progressieve media voorop, dat wij nu in de meest ruimdenkende en liberale tijd leven. Toch kan ik vaststellen dat veel films die in mijn boek staan nu absoluut niet meer gemaakt, gefinancierd of gedistribueerd kunnen worden. We zijn eigenlijk in schril contrast tot de openheid, die we ons allemaal toebedelen, terug in de jaren 50 zijn beland met een soort van zelfcensuur, die nu niet te maken heeft met preutsheid. Er heerst nu een angstvallige, krampachtige politieke correctheid. Die heeft als gevolg dat we nu met terugwerkende kracht films als Gone with the Wind willen gaan verbieden.

Het is dubbel en ik daar ben ik in mijn boek ook eerlijk in. Een aantal van die films waren toen ook al grondig fout. Het merkwaardige is dat er alleen toen weinig controverse over was. Ik kijk niet met heimwee terug naar films als Ilsa: She Wolf of the SS (1975) van Don Edmonds en hier hoeft ook geen grote Hollywood remake van gemaakt worden. Maar deze film draaide toen gewoon in de bioscoop. In dezelfde zalen waar ook The Godfather en Jaws te zien waren. Het was toen maatschappelijk aanvaardbaar dat je je op zaterdagavond in het pak hees om naar de grote stad te gaan en daar Ilsa: She Wolf of the SS ging kijken in de bioscoop. Daarna ging je gezellig een hapje eten en een dansje doen. Dat is toch maf en dat krijg je nu ook niet meer uitgelegd. Dit zijn wel de contrasten die ik interessant vind en die ook sociologisch interessant zijn.

Dat kun je je nu niet meer voorstellen?

No fucking way, ik zal je zelfs zeggen. Als ik nu een dergelijke film zou pitchen op een productievergadering, dan word ik op staande voet ontslagen.

Wat gaat dit betekenen voor de toekomst van de film? De laatste tijd komt steeds meer in het nieuws dat streamingdiensten gewoon de schaar in films zetten of zelfs films verwijderen.

Ik dwing mijzelf tot optimisme, dat vind ik een plicht. Ik zie nog elk jaar heel veel films die mij boeien, verrassen en prikkelen. In die zin is er niets aan de hand, alleen het tijdperk van de bijna subversieve cinema is bijna verdwenen. Een filmzaal binnenkomen en verbouwereerd naar buiten komt bijna niet meer voor. Ik kan de films van de afgelopen 10 jaar, waarvan ik dacht: “FUCK, MAN…..WAT WAS DIT?”, misschien op de vingers van twee handen tellen.

Hoe komt het dat de films in jouw boek en met name oude horrorfilms toch nog steeds zo’n aantrekkingskracht hebben?

Ik heb toevallig van de week met mijn dochter Friday the 13th (1980) van Sean S. Cunningham gekeken. Ik vond dat toen al een slechte film en met het herzien eigenlijk nog slechter, maar voor haar werkte die spanning nog wel op een primair niveau. Als je het specifiek over horror hebt, dan gaat dat verder terug dan alleen de jaren 70. Horror bestaat al sinds het begin van de film en is, in tegenstelling tot andere genres uit mijn boek, van alle tijden.

Waarom spreekt Friday the 13th jou niet aan? In mijn jeugd was dit toch echt een topper.

Ik vind de film slapjes en ontzettend lui en routineus gemaakt. Wie seks heeft gaat dood en de maagd blijft leven. Dat vond ik flauw en het deed mij weinig, net als al die vervolgen. Ik was meer van de spanning in Halloween dan van het slachtwerk in Friday the 13th.

Ik moet wel bekennen, maar dan maken we een sprong voorwaarts, dat die zogenaamde ‘torture porn’ als Hostel en Saw wel weer iets hebben. De personages worden hier creatief om het leven gebracht en op een morbide manier trekken die wel mijn aandacht.

Het lijkt er op dat die films net weer een beetje de grens opzoeken of daar zelfs iets overheen gaan, net als in de jaren 70.

Inderdaad en deze films zijn technisch ook vernuftig. Dat heeft Friday the 13th niet. Het was een beetje simpel. Die slaan we neer met een bijl en haar rijgen we aan een riek. Wat hebben we nog niet gehad? Laten we deze keer een kettingzaag pakken. Hostel en Saw zijn eigenlijk rechtstreekse erfgenamen van de jaren 70. Het verbaast me eigenlijk dat deze gore foute films tot de succesvolle mainstream films worden gerekend.

Onlangs is op de Belgische film Yummie bij ons op Netflix verschenen. Zou je zelf niet graag een genrefilm willen maken?

Als je een zombieliefhebber bent, dan zit je met Yummie goed. Ik had het een beetje gehad met alle zombiefilms en series, maar Yummie is echt fris en geestig. Ik ben er eigenlijk wel jaloers op. Ik heb nooit een genrefilm gemaakt, maar ben wel eens dichtbij gekomen. Jan Doense heeft ooit een scenario geschreven met als titel ‘Woensdag, gehaktdag’. Het had een Nederlandse en Belgische co-productie moeten worden en af moeten spelen op een van de Waddeneilanden. Op een camping zou een conflict ontstaan tussen Belgen en Nederlanders. De robbenpopulatie die rond het eiland leeft, is besmet is geraakt met een enge ziekte. Als een kampeerder word gebeten door een rob verandert hij in een zombie. De overlevenden komen bij elkaar in een subtropisch zwemparadijs en moeten zien te overleven. We kregen het budget niet bij elkaar en hebben toen besloten om het niet te doen.

Daarnaast ben ik ook ontmoedigd doordat alle pogingen tot het maken van een genrefilm faliekant zijn mislukt. Uitzondering hierop is De Lift (1983) van Dick Maas, zo’n honderd jaar geleden. Ik moet de conclusie trekken dat dit genre niet van bij ons is. Als je een Amerikaanse genrefilm zou namaken in Nederland of Vlaanderen, dan word je weggelachen.

Ik ben er inmiddels te oud en blasé voor. Horror moet een genre zijn voor jonge filmmakers, zoals toen de 22-jarige Sam Raimi met zijn Evil Dead (1981) of de 21-jarige Peter Jackson met zijn Bad Taste (1987). Achteraf heb ik dus wel een beetje spijt dat Woensdag, gehaktdag niets is geworden.

Je bespreekt verschillende genres in je boek. Veel films heb ik gezien, maar ik kwam veel films tegen waar ik nog nooit van had gehoord of die ik al jaren in de kast heb staan en waarvan ik nu denk, die moet ik maar eens gaan zien.

Ik ben daar zo blij mee dat je dat zegt. Het is een boek dat aanzet om zelf op verkenning te gaan in die wondere wereld. Ik zou als vijftienjarige heel blij zijn geweest als er toen zo’n boek bestond. Ik heb al die ellende zelf moeten ontdekken. Ik heb geprobeerd om een selectie te maken. De films in het vet zijn films die best in een collectie mogen staan. Ik wil vermijden dat iemand zijn zuur verdiende centen gaat uitgeven aan een peperdure Jess Franco box. Koop gewoon Sadomania, dan heb je het beste van meneer Franco wel gehad.

Ondanks de afname van de fysieke media komen er nog regelmatig bijzondere films uit op Blu-ray en dvd. Heb je hier een verklaring voor?

Het publiek voor de films uit mijn boek zijn loyaal. Het is toch bizar dat bijna niemand zich nog de winnaar van de Gouden Palm of de Gouden Beer uit 1975 kan herinneren. De kans is groot dat die films niet eens zijn uitgebracht op fysieke media. Terwijl ik nota bene van Ilsa: She Wolf of the SS, uit datzelfde jaar, een genummerde collectors box heb staan. Het mag geen toeval zijn dat juist dit soort films nog een steeds liefdevolle behandeling krijgen van labels als Arrow, 101 Films, Second Sight, Blue Underground en Synapse.

Veel films in mijn boek staan niet op de bekende streamingsdiensten en daarom is fysieke media nog steeds heel interessant voor horror- en cultfilms. Deze filmliefhebbers zijn net als mensen die vinyl zijn blijven kopen. Ze worden uiteindelijk beloond voor hun volharding.

Zijn er nog genres die je mist in je boek of graag toe had willen voegen? Wellicht heb je nog genoeg materiaal over voor een deel twee?

Ik was lekker aan het schrijven, maar de uitgever zei op een gegeven moment: “Nu is het afgelopen, Jan. De mensen moeten het boek nog wel kunnen optillen”. Ze hadden daar wel een punt. Naast tekst wilde ik ook graag een mooi geïllustreerd boek, dus ik heb wel een aantal dingen moeten schrappen die op mijn lijstje stonden. Ik had graag nog wat willen vertellen over de reli-horror, zoals The Exorcist (1973) van William Friedkin of The Omen (1976) van Richard Donner. Ik had ook nog wat kunnen schrijven over Kung Fu films, maar die vind ik eigenlijk net zo oninteressant als Tiroler films. Van een aantal Hong Kong films uit de jaren 70 dacht ik: “Fuck man, wat is dit?”. Die heb ik toegevoegd bij de Beestenfilms, maar dat had uitgebreider gekund. Misschien had ik wel vijf of zes hoofdstukken kunnen toevoegen.

Wie weet, als mij de sequel op mijn boek wordt gegund. Helaas kunnen we de boekvoorstelling niet zo grondig aanpakken als we zouden willen vanwege de corona, maar we zien wel wat het gaat worden.

Bedankt voor je tijd en heel veel succes met het boek. Wij hebben in ieder geval een plekje gereserveerd in de boekenkast.

Het boek ‘Alle Remmen Los!’ is inmiddels verkrijgbaar in de betere boekhandel of online te bestellen.

Foto: Kristof Ghyselinck

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.