IOAM gids voor subgenres: Chanbara eiga

Chanbara eiga (ook bekend als chambara eiga) zijn samurai films en een subgenre van jidaigeki. Jidaigeki is de term die gebruikt wordt voor Japanse historische films. Vanwege de periode waarin deze Oosterse krijgers leefden zijn chanbara altijd jidaigeki, maar jidaigeki niet altijd chanbara. En wat is de impact hiervan op de westerse cinema geweest? Welke chanbara zijn de moeite en welke kan je beter links laten liggen? Hoewel dit vragen zijn waar de genreliefhebber het liefst zelf achter komt willen we de nieuwkomer toch even een kleine omschrijving geven wat te verwachten.

De eerste chanbara films richten zich wat meer op het psychologische kant van de samurai, waar de films van na de tweede wereldoorlog veel meer op actie gericht zijn en vaak een donkerdere toon hebben. De films spelen zich voornamelijk af in de Tokugawa (Edo) periode. Deze jaren, van 1600 tot 1868, kenden een grote verschuiving van macht en kleine en grote opstanden waardoor een groot aantal samurai hun meesters kwijtraakten en hiermee ook hun sociale status en aanzien. Sommige kozen voor “seppuku”, zelfmoord door ontdarming vaak gevolgd door onthoofding door een secondant, maar vele kozen voor een bestaan als “ronin”, meesterloze samurai. In de Edo periode was het niet toegestaan om zonder toestemming van hun meester in dienst te treden bij een ander of een ander beroep te kiezen waardoor vele ronin het criminele pad kozen. Meer dan genoeg stof tot films dus.

img220000347A
Akira Kurosawa

De bekendste regisseur van chanbara eiga in het westen is hoogstwaarschijnlijk Akira Kurosawa,  die met films als Seven Samurai (1954), Rashomon (1950), Throne of Blood (1957), Ran (1985) en vele andere het westerse publiek kennis liet maken met de samurai.

Veel minder bekend, maar minstens net zo invloedrijk als Kurosawa zijn films als Goyokin (1969), Hitokiri (1969), Three Outlaw Samurai (1964), Sword of the Beast (1965) van Hideo Gosha. Zijn films lieten voornamelijk het verschil tussen het traditionele en het moderne denken zien en wat dit opleverde. Gosha stapte in de jaren 70 over op de yakuza film.

Kihachi Okamoto maakte films als Samurai Assassin, Kill! (1965) en Sword of Doom (1966), waarbij de vechtscènes door het gebruik van de muziek en het camerawerk een geheel eigen stijl krijgen, iets waar Sam Peckinpah ook bekend om staat. Zo hebben de films van Peckinpah en Okamoto vaak gemeen dat ze centreren over stoere mannen die moeite hebben hun plaats te vinden in de veranderende wereld (zo’n beetje het belangrijkste thema in de chanbara eiga) en tonen ze graag hun kritiek op hun samenleving.

Masaki Kobayashi heeft niet veel chanbara eiga gemaakt, maar die op zijn cv liegen er niet om. Met zijn Harakiri (1962) en Samurai Rebellion (1967) laat hij zijn cynische visie los op de vaak veel te loyale Samurai.

zatoichi
Takeshi Kitano als Zatoichi

Naast regisseurs zijn er ook personages die een behoorlijke reeks films achter hun naam hebben staan, een aantal van de bekendere:

Zatoichi, de blinde masseur is in het westen misschien niet heel bekend, hoewel de film uit 2003 van Takeshi Kitano hier iets verandering in heeft gebracht, maar in Japan is hij een van de (zo niet dé) bekendste zwaardvechter op het grote scherm. In maar liefst 26 (een aantal spin offs niet meegerekend) films en een honderd afleveringen tellende tv-serie speelt Shintaro Katsu Zatoichi, een blinde masseur met een verborgen zwaard in zijn stok waarmee hij onrecht op zijn eigen manier oplost.

Naar aanleiding van het succes van Zatoichi kwam Oichi, in het westen bekend als The Crimson Bat, een blinde vrouw die ook heel handig is met het zwaard in vier films.

Nemuri Kyoshirō laat in 21 films en 68 afleveringen zijn volle maan snede stijl zien. De Sleepy Eyes of Death (zo heet zijn personage) serie volgt Kyoshirō in zijn haat voor de Japanse adel en het christelijk geloof, wat voortkomt uit het feit dat hij is verwekt tijdens een zwarte mis door zijn Portugese vader, die als priester zijn geloof is verloren, en zijn moeder, de dochter van een daimyo die vlak na zijn geboorte zelfmoord pleegde.

Saotome Mondonosuke is The Bored Hatamoto. Deze hatamoto (een samurai onder direct bevel van de Shogun) verveelt zich in 20 films tot hij zijn zwaard kan meten met tegenstanders van zijn heerser die in zijn optiek verantwoordelijk zijn voor de corruptie in Japan.

magnificent_seven_-_h_-_1960__0
The Magnificent Seven

Invloed op Westerse cinema
De samurai films hadden in het begin veel westerse invloeden, Akira Kurosawa en Masaki Kobayashi, twee voorlopers in het genre waren fan van o.a. John Ford, en twee van Kurosawa’s films zijn gebaseerd op werk van William Shakespeare, Throne of Blood (MacBeth) en Ran (King Lear). Op hun beurt zijn er ook genoeg chanbara’s verwerkt tot westerse films, of zijn de invloeden overduidelijk. Zo zijn Sergio Leone’s A Fistful of Dollars (1964) en Walter Hill’s Last Man Standing (1996) remakes van Akira Kurosawa’s Yojimbo (1961). Toshiro Mifune, een van Japans grootste filmsterren, speelde in veel van zijn films een naamloze zwerver die orde op zaken komt stellen. Iets waar Clint Eastwoods “Man With no Name” meer dan een beetje van geleend heeft. George Lucas heeft behoorlijk goed gekeken naar The Hidden Fortress (1958), van het narratief tot aan de montage voor zijn Star Wars (1977). Seven Samurai (1954, wederom een Kurosawa film) is een van de beste voorbeelden van het genre, en de western The Magnificent Seven (1960) laat zien hoe remakes wel kunnen werken. De sci-fi Battle Beyond the Stars (1980) is een zeer vermakelijke remake van Seven Samurai, hoewel Sybill Danning in die outfit in geen enkele film had misstaan. In Red Sun (1971) krijgen we Charles Bronson en Toshiro Mifune die een kostbaar zwaard terug gaan halen bij Alain Delon.

Dit is niet de eerste keer dat westerns worden gemengd met chanbara, de Italianen deden het jaren ervoor al met The Silent Stranger (1968),  en Il Bianco, Il Giallo, Il Nero (1975) met Thomas Milian in waarschijnlijk de meest politiek incorrecte make up ooit. Ook Zatoichi ontspringt de dans niet, onze eigen Rutger Hauer speelt in Blind Fury (1989), een remake van de zeventiende film Zatoichi Challenged (1967). Ook Blindman (1971) heeft de nodige overeenkomsten met Zatoichi. Ringo Starr speelt een rol net na het uiteenvallen van de Beatles. Uiteindelijk vindt de levenswijze van de samurai zijn weg in films als Ronin (1998), Ghost Dog: The Way of the Samurai (1999) en Six-string Samurai (1998), waar een man met een te grote bril en een gitaar op zijn rug door een post-apocalyptisch Amerika trekt naar Lost Vegas. Wel met een katana, uiteraard.

Er valt nog genoeg te ontdekken, maar hopelijk hebben we een beginnetje gemaakt voor de nieuwsgierige kijker. Graag horen we van jullie of er interesse is in een vervolg en over welk subsubsubgenre jullie deze zouden willen lezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.