Recensie: Black Christmas (Sophia Takal)

Zo eind jaren 70 begin jaren 80 zien we de geboorte van de slasherfilm. In 1978 brengt John Carpenter ons Halloween en in 1980 vallen de tieners met bosjes op ‘Camp Blood’ in Sean Cunningham’s Friday the 13th. De slashers zijn echter niet zomaar uit de lucht komen vallen. In de tachtig jaar voorafgaand aan de gemaskerde moordenaar zien we een spoor van voorouders van het genre, de zogenaamde ‘proto slashers’.

Aan het eind van de 19e eeuw heeft het Grand Guignol Theater groot succes met zijn toneel vol donkere humor en gruwelijke effecten. Dit vindt uiteraard zijn weg naar film en in 1922 regisseert Paul Leni The Cat and the Canary op basis van het gelijknamige toneelstuk. In de film erft een nichtje een fortuin, mits ze gezond van verstand is. Samen met vijf andere kanshebbers verblijft ze een nacht in het huis in afwachting van een dokter om haar volledig gezond te verklaren. Wel is er een gestoorde moordenaar ontsnapt die zich waarschijnlijk schuilhoudt in het huis. Naast de grondlegger van het hele “Old Dark House genre” zien we hier ook al de nodige slasher elementen terug.

In The Leopard Man uit 1943 zien we dan weer het hele stalken van de slachtoffers. Maar het is The Spiral Staircase uit 1946 die wel de eerste proto slasher genoemd kan worden. Mario Bava gebruikt veel van dezelfde cinematografie, maar ook de naargeestige sfeer zien we veel terug in zijn films. Ook kunnen we een aantal shots zien die Dario Argento zo over heeft genomen in zijn films.

In 1960 krijgen we het door critici verguisde Peeping Tom over een man die de angst van zijn slachtoffers op camera vastlegt. Hitchcock brengt met zijn Psycho een soortgelijk duister verhaal, maar weet dit iets beter in de markt te brengen en de film is een groot succes bij het publiek. Peeping Tom brengt ons de “Final Girl” en met Psycho maakte het publiek kennis met de artistieke kant van moord op het grote doek. Ook zien we in Norman Bates de getormenteerde, doorgedraaide moordenaar die we zoveel terugzien in de jaren 80.

Dan komen we aan bij Bob Clark, een Amerikaanse regisseur die zijn toevlucht had gezocht in belastingparadijs Canada. De man had al wat genrewerk op zijn naam staan met Children Shouldn’t Play With Dead Things en Dead of Night (ook bekend als Deathdream). In 1974 maakt hij Black Christmas. In de film terroriseert een ontsnapte gek de dames van de Pi Kappa Sigma sociëteit. De film kent bijna alle kenmerken van de slasher en is Carpenter’s Halloween vier jaar voor.

In 2006 kent de film al een remake met veel meer gore. De overdreven geile moordenaar Billy ontsnapt uit een gesticht en terroriseert de dames van Delta Alpha Kappa. Het is geen bijster goede film en Jason Blum vond het tijd voor een nieuwe remake. En die is er, al heeft Black Christmas op de titel en de setting van een studentenvereniging verder niets meer te maken met het origineel.

Plot: De dames van Mu Kappa Epsilon maken zich klaar voor de kerstvakantie. Riley (Imogen Poots) is wees en heeft niets om voor naar huis te gaan. Ze blijft achter met haar vriendinnen Kris (Aleyse Shannon), Marty (Lilly Donoghue) en Jesse (Brittany o’Grady). Riley probeert haar verkrachting door de president van Delta Kappa Omicron (DKO) te verwerken, maar het feit dat niemand haar gelooft, op haar vriendinnen na, helpt niet. De vier treden op tijdens een talenten show van DKO en als Riley haar verkrachter ziet haalt ze haar gram door de verkrachtingscultuur van de vereniging aan de kaak te stellen. De volgende dag worden ze belaagd door figuren in zwarte gewaden en ijzeren maskers.

Black Christmas begint redelijk veelbelovend. We leven mee met Riley, maar al snel blijkt dat eigenlijk iedereen in deze wereld een klootzak is. Alle mannen (op welgeteld één na) zijn misogyne varkens en de vrouwen zijn allemaal voorvechters voor totale gelijkheid. Dit gaat redelijk snel vervelen en de personages blijven ontzettend vlak. Ook qua gore laat de film alles liggen. Na test screenings bleek dat de doelgroep jonge vrouwen niet werd bereikt, dus werd afgezien van een R-rating om deze groep wel te kunnen bereiken. Helaas zorgt dit voor een hoop verwarring over wat er nu precies met wie gebeurt. Bijna alles gebeurt buiten beeld, wat ook de spanning niet echt goed doet. Wel leuk zijn enkele moorden die gebaseerd zijn op de vorige films. Zo zien we een snoer kerstlichtjes (al is deze scène gebaseerd op die iconische scène uit The Exorcist III, maar dan een stuk slechter uitgevoerd) een ijspegel en uiteraard de plastic zak. De film is qua horror zeer incompetent gemaakt. De boodschap wordt door je strot geramd, maar ook dit is zo knullig gedaan dat het niet aankomt. Nu is de film tussen juni en december 2019 gemaakt, van pre tot en met post productie, wat ongekend snel is. Dit komt de kwaliteit niet ten goede, de film voelt veel te veilig aan. Er zit geen spanning in en je krijgt nergens een band met de personages. Kortom, zet maar gewoon het origineel op en laat deze versie links liggen…

Blu-ray: De schijf zelf heeft prima beeld en geluid, al lijken de kleuren wat flets. Dit kan een keuze geweest zijn en het is ook niet storend. De extra’s bestaan uit een alternatief einde, deleted scenes en een interview met de regisseur. Een grappige extra is het welkomstfilmpje van Mu Kappa Epsilon, maar dat is lang niet voldoende om de film ook maar een beetje te redden.

Eindoordeel
  • Black Christmas - 2.5/10
    2.5/10
  • Universal Blu-ray - 6/10
    6/10

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.