Tagarchief: Slasher

Wrong Turn (Mike P. Nelson)

Hoewel Wrong Turn in 2003 best laat zijn intrede deed, de slasher rage was immers al aan de gang sinds1996 met Wes Craven’s Scream, werd de film wel erg goed ontvangen. Het was een terugkeer van de angst voor moordende hillbillies. En ditmaal waren ze ook nog eens gruwelijk mismaakt ook. De film werd een hit en kreeg maar liefst 5 vervolgen, waarvan de laatste in 2014. Zo’n bewezen succesformule is iets waar een studio vertrouwen in heeft wat resulteerde in Wrong Turn, een losse remake, van regisseur Mike P. Nelson.

Plot: Jen, Milla, Darius, Gary, Luis, en Adam maken zich op om te gaan hiken in de bergen van West Virginia. De mensen uit de buurt raden hen het af, maar ze zijn niet voor niets zo ver gereden en zij zetten toch door. Wanneer Gary wordt verpletterd door een behoorlijke boomstronk weten zij niet goed wat te doen. Ze zijn ver weg van de bewoonde wereld en het is een behoorlijk stuk lopen naar waar zij hun auto’s hebben achtergelaten, Ze zijn moe en verward en besluiten de tenten op te zetten om wat bij te slapen. De volgende ochtend merken zij dat Milla weg is. Zij was de vriendin van Gary. ‘Zou zij er vandoor zijn gegaan?’ Maar dan ontdekken zij dat ook hun mobieltjes er niet meer zijn…

Hoewel regisseur Mike P. Nelson al een tijdje aan de weg timmert in Hollywood, heeft hij nog maar weinig grote films gemaakt, Zijn oeuvre bestaat uit shorts en afleveringen voor een serie. Toch heeft hij wel ervaring opgedaan met het maken ervan met de film The Domestics, een low budget post-apocalyptische film die een kruising is tussen Mad Max en The Book of Eli. Een niet onverdienstelijke film die ook wel eens een recensie mag krijgen bij It’s Only a Movie, maar dat doen wij wel een andere keer.

Met Wrong Turn maakt Mike P. Nelson een behoorlijk losse remake op het origineel uit 2003. Hoewel het plot veel overeenkomsten heeft met die film, heeft het eigenlijk meer van doen met The Hills Have Eyes, alleen wel realistischer. En dat is gelijk ook het grootste mankement van de film. De zwaar mismaakte bewoners zijn in hun geheel verdwenen en ingeruild voor een familie, of eigenlijk meer een sekte, genaamd The Foundation. De reden waarom er gebeurt wat er nu eenmaal gebeurt in een horrorfilm als deze is ook best zwak. Ik zal niet zeggen wat precies, maar achteraf had je iets anders willen horen. Vooral belangrijk is zijn de voorgaande films, dus ook de slechte delen, laten voor wat ze zijn. De titel is wel gekozen, maar het heeft verder niets te maken met voorgaande films.

Ik kan mij voorstellen dat dit allemaal wel wat zuur klinkt voor de fans van de vorige films. En dat is het ook. Maar wanneer je het idee los laat heb je op zich een prima film die redelijk lekker weg kijkt, ondanks wat gemiste kansen.

Fear Street Part Two: 1978 – R.L. Stine meets Friday the 13th

Op de redactie van It’s Only a Movie.nl is al een aardig discussie uitgebarsten over de nieuwe Netflix Original trilogie: Fear Street. Ricardo was niet heel positief over het eerste deel: 1994. Dat was ik wel. Nog meer interesse had ik in 1978. Dat is niet alleen het jaartal waar enkele van de grootste horrorfilms vandaan komen, ik noem maar even Halloween en Dawn of the Dead, ook is het het jaartal dat een ontzettend leuke, en volgens sommige mensen ontzettend knappe, recensent het licht zag. Hint hint.

Hoewel ik nog nooit een boek van R.L Stine heb gelezen, weet ik wel wat voor boeken het zijn en voor wie ze bestemd zijn. De boeken waren al redelijk verkrijgbaar toen ik een tiener was en toch liet ik ze links liggen. Goosebumps, oftewel Kippenvel, leek mij iets voor kinderen. Ik las tenslotte Clive Barker en Stephen King en keek bij wijze van spreken Hellraiser tijdens het ontbijt. Ik moest er niets van hebben. Pas veel later merkte ik hoe populair de series Goosebumps en Fear Street waren. Als docent Engels in het voortgezet onderwijs kreeg ik leerlingen die mij smeekten om het op hun leeslijst te mogen zetten. Even had ik interesse in de boeken, maar de vaksectie stond niet gewillig tegenover de eisen van de leerlingen. En daar liet ik het toen ook bij.

Nu, zoveel jaar later, heb ik de Goosebumps films en enkele afleveringen van de tv-serie gezien, en heb daar best van genoten. Je moet tenslotte inzien dat het echt voor tieners bedoeld is en niet voor doorgewinterde horrorfans zoals Ricardo en ik. En dat is helemaal prima. Je moet tenslotte ergens beginnen.

Dat Netflix geld stak in een trilogie van films naar de boeken van R.L. Stine is helemaal zo gek nog niet. De grootste hit van Netflix is nog altijd Stranger Things en dat past qua niveau helemaal bij de Fear Street reeks. Dat Ricardo het eerste deel 1994 soft vind snap ik ergens wel, maar ook weer niet. In 1994 zien wij kills voorbij komen die net zoveel gore hebben als een gemiddelde slasher. Dat de serie ook gore zou bevatten had ik totaal niet verwacht en verwelkom ik met beide armen. Daarnaast had 1994 een aantal hele leuke karakters en in tegenstelling tot veel slashers werden deze gespeeld door echte tieners. Al met al een erg leuke film van hoog niveau. Maar blijft dat niveau zo hoog in 1978?

Plot: Het is 1978 en de tieners van Sunnyvale en Shadyside komen samen in Camp Nightwing om de zomer door te brengen. De tegenstellingen tussen de twee stadjes lijken voor de meeste kinderen verdwenen, maar niet voor iedereen. Wanneer de zuster van het kamp uit het niets enkele tieners aanvalt en door de politie van het kamp wordt begeleid, komen de tieners van Shadyside en Sunnyvale samen om uit te zoeken waarom de zuster ineens in een razernij belandde. Als dan ook een van de begeleiders een bijl pakt en losgaat op de kampbewoners blijkt dat er veel meer aan de hand is.

Ben je nog maar net bijgekomen van Fear Street: 1994 is hier alweer Fear Street: 1978 en zoals de titel al doet vermoeden is dit een vervolgfilm die meer uitlegt over de eerste film. Zoals 1994 elementen heeft van een jaren 90 slasher a la Scream, zo heeft dit tweede deel elementen van Friday the 13th. Dat komt natuurlijk door de setting van een kamp, maar ook door de killer die ontzettend veel vergelijkingen heeft met Jason uit Friday the 13th part 2. Dat is toevallig mijn favoriete Friday film en daarom ben ik misschien wel wat bevooroordeeld. Maar ook is er een duidelijke hommage aan The Shining. Het is niet dat Fear Street: 1978 ook maar ergens dat niveau haalt, maar het is dan ook een hele andere film. Toch is wel te stellen dat Fear Street: 1978, ondanks misschien een wat traag begin, beter is dan 1994.

Wederom is duidelijk te merken dat de makers graag de sfeer van Stranger Things willen oproepen in deze Netflix original. Dat is ook niet zo gek, want Stranger Things is de meest succesvolle serie van Netflix ooit. Ook hier zijn veel mensen achter de schermen werkzaam op de set van Stranger Things. De film is opgenomen nabij Atlanta waar ook Stranger Things wordt opgenomen en net als deel één heeft ook een van de acteurs uit Stranger Things een rol. Was dat in 1994 Maya Hawke, hier is dat Sadie Sink. Sink speelt hier Ziggy, een meisje van Shaddyside dat echt schijt heeft aan alles en iedereen. Haar rol is wel heel erg vergelijkbaar met die uit Stranger Things, maar dat is een rol die haar goed staat en is prima. Emily Rudd speelt Ziggy’s zus Cindy. Zij werkt als een van de begeleiders van het kamp en is hier het tutje dat alles wilt doen volgens de regels. Zowel Rudd als Sink trekken hier de kar en laten zien dat zij dat gemakkelijk kunnen.

Zoals gezegd, 1978 heeft een wat traag begin. Vooral het ontbreken van een Scream-achtige beginscène, zoals bij 1994, valt op. Toch is over de gehele linie het verhaal en de cast opvallend sterk voor een echte tienerslasher. Met ‘echte’ bedoel ik natuurlijk het feit dat wij hier echte kinderen en tieners zien rondrennen voor hun leven in plaats van vierentwintigjarigen die doen alsof.

Nu hebben wij een Scream hommage gehad in 1994, een The Shining en Friday the 13th hommage in 1978, wat valt er te verwachten van 1666? Alles lijkt te wijzen op een echte ‘folk horror’. Als het de stijgende lijn heeft van de vorige delen gaat dat vast smullen worden. Ik ben erg benieuwd!

Fear Street Part One: 1994 – R.L. Stine meets Scream

Netflix heeft een nieuwe “Original” onder de leden: Fear Street, een trilogie gebaseerd op de boeken van R.L. Stine. Fear Street wordt gezien als een ‘volwassen versie’ van Goosebumps, de bekendste boekenserie van dezelfde schrijver. Vandaag verschijnt het tweede deel, 1978, op de streaming service. Wij bespreken nog even het eerste deel: 1994.

Plot: Een aantal angstaanjagende gebeurtenissen vindt plaats in het dorpje Shadyside, Ohio. Een groepje tieners ontdekt dat deze gebeurtenissen mogelijk met elkaar verbonden zijn. Erger nog, ze komen erachter dat ze zomaar eens de volgende slachtoffers kunnen worden.

Dat Fear Street voor een volwassener publiek is dan Goosebumps wordt in de beginscène wel duidelijk. Het bloed vloeit rijkelijk en de vibe doet heel erg denken aan Scream. Niet zo goed ook dat je moet denken aan de film van Wes Craven want een bepaalde scène lijkt zo een één op één kopie van een scène uit Scream. En dan is de muziek ook nog eens van Marco Beltrami, juist, de componist van de Scream films. Een zeer bewuste keuze, dus, maar Fear Street bereikt nergens het niveau van Cravens klassieker, bij lange na niet…

Scream was een film voor tieners, maar genietbaar voor mensen van alle leeftijden. Fear Street is eerder een film voor 12-jarigen die aan hun eerste horrorfilm toekomen en wordt voor volwassenen al gauw irritant. De film barst van de relativerende humor. Spanning blijft nooit hangen en natuurlijk wordt er een hoop seksuele poespas bij gehaald. Relatieperikelen zijn inherent aan slasherfilms, maar hier verstoren ze gewoonweg de horror. De killer, de kills, het mysterie, die worden allemaal naar achteren verdreven voor oninteressante zaken.

Opvallend is ook dat Fear Street ook nog wil inhaken op het succes van Stranger Things maar er blijft eigenlijk helemaal niets hangen van het tijdsbeeld dat de makers willen creëren. We zien een desktop pc met prehistorisch internet en we horen wat 90’s hitjes maar het gevoel van de 90’s wordt nergens opgewekt. 1994 wil eigenlijk van teveel succesjes iets meepikken en dat mislukt faliekant. Gelukkig krijgen we nog een leuke kill ergens tegen het einde en is het geen totale straf om de film uit te zitten, maar hier had in essentie echt veel meer ingezeten.

Recensie: Trick (Patrick Lussier)

De herfst is officieel begonnen en daar worden veel horrorliefhebbers vrolijk van. Oktober staat namelijk voor de deur en daarmee ook het steeds populairder wordende Halloween. Men kan weer ongegeneerd veel horrorfilms kijken. Dit kunnen films zijn die we al tig keer hebben gezien of films die net uitgekomen zijn. Trick is een van de eerste ‘Halloween’ films die zich aandient en op papier een film waar wij redelijk enthousiast van werden. Regisseur Patrick Lussier heeft een paar leuke films op zijn naam staan, maar het is vooral de terugkeer van Tom Atkins, ster uit de meest ondergewaardeerde Halloween film ooit, waar ondergetekende voor is gaan zitten.

Plot: Een klein stadje wordt opgeschrikt door een sluwe en ongrijpbare moordenaar die “Trick” genoemd wordt. Veel mensen denken dat het om meerdere moordenaars gaat, omdat de moorden niet op elkaar lijken. Rechercheur Denver is de enige die zeker weet dat hij de moordenaar gezien heeft; hij heeft hem zelfs neergeschoten. “Trick” wist echter te ontkomen. Denver is vastbesloten hem voor eens en altijd achter de tralies te zetten.

Het is alweer 8 jaar geleden dat Lussier zijn laatste film regisseerde, het best leuke Drive Angry, met Nicolas Cage en Amber Heard in de hoofdrollen. Daarvoor regisseerde hij onder andere nog de My Bloody Valentine remake, eveneens met Atkins in een rol, en White Noise 2. Lussiers stijl is redelijk ‘modern’ te noemen. Dat wil zeggen veel snelle cuts, wiebelende camera’s en vooral weinig sfeer. Prima voor een film als Drive Angry, maar niet voor een film die je in een Halloween stemming moet brengen.

Trick is een wat vreemde film. Ook hier hebben we te maken met een levensvorm die niet kapot te krijgen lijkt, een beetje in de stijl van Michael Myers dus. Alleen weet het personage Trick nooit echt vorm te krijgen. Ten eerste is zijn uiterlijk niet direct memorabel, maar we krijgen vooral de tijd niet om ons bedreigd te laten voelen door Trick. Het verhaal snelt redelijk snel richting het einde en weet nergens echt te boeien. Op papier hebben we een film die met een bepaalde aanpak best had kunnen werken. Afgelopen jaren hadden we bijvoorbeeld nog films als Hell Fest en Haunt die een heerlijk Halloween sfeertje wisten neer te zetten en verder ook niet heel veel om het lijf hadden. Die films wisten ook wat goede gore te produceren, iets wat in Trick aan de magere kant is.

Na 8 jaar afwezigheid hadden wij toch wel wat meer verwacht van Lussier. Niet omdat hij zo’n geweldige regisseur is, maar omdat Trick wel érg magertjes is. Met legend Tom Atkins in een ‘Halloween-film’ had je ook gewoon veel meer moeten doen.

Recensie: Zombie Island Massacre (Vinegar Syndrome)

Films met een misleidende titel kon je vooral vinden in de hoogtijdagen van de b-horrorfilm, de jaren 70 en 80. Men wou met zo min mogelijk middelen zoveel mogelijk geld verdienen en daar hoorde een bekend in de oren klinkende titel helemaal bij. In Zombie Island Massacre zou het over zombies moeten gaan, maar dat is dus niet helemaal het geval, al is er wel een begrijpelijke uitleg voor de titel. De film is in ieder geval erg vermakelijk.

Plot: Een groep Amerikanen op vakantie neemt een tour op het Caribische eiland St. Marie en daar zijn ze getuige van een voodoo-ritueel. Niet veel later blijkt de groep vast te zitten op het eiland en worden ze achtervolgd door vreemde gedaantes die naar rottend vlees ruiken en bladeren als camouflage gebruiken. Eén voor één sterven de vakantiegangers aan een gruwelijke dood…

Ja, de plot belooft weer een hele hoop jaren 80 horror plezier. Helemaal als je er al snel achter komt dat de film gedistribueerd is door Troma. Slashers (want dit is eerder een slasherfilm dan een zombiefilm) op een afgelegen eiland waar vreemde dingen gebeuren is al snel een reden voor ondergetekende om de Blu-ray op een laat tijdstip in de speler te gooien. De sfeer druipt hier dan ook vanaf. Denk aan een Fulci zombiefilm, minus de gore, maar met wat elementen uit een typische slasher en je krijgt Zombie Island Massacre.

Geregisseerd door John T. Carter (zijn eerste en laatste film), worden de hoofdrolspelers een voor een een kopje kleiner gemaakt. Helaas gebeurt dit niet op een manier waarin veel slashers excelleren, namelijk met gore-effecten. Men heeft op dit gebied duidelijk bespaard, al krijgen we op een gegeven moment nog wel een leuke onthoofding. Voor de rest gebeurt alles off-screen. Zombie Island Massacre scoort een hoop punten op sfeer en belachelijke plot-elementen, waaronder het feit waarom de film deze titel draagt. Het is een gevalletje ‘zien om te geloven’.

Zombie Island Massacre is uiteindelijk toch een van Vinegar Syndrome’s leukste titels die zij de laatste tijd hebben uitgebracht. Het blijft fantastisch om deze titels te (her)ontdekken. Let vooral ook op het prachtige intro-liedje, dat ook is geplakt onder de aftiteling. Meer 80’s dan dat krijg je ze niet.

De Blu-ray: hoewel overduidelijk een low-budget film, komt Zombie Island Massacre uit een tijd dat ook dit soort films werden geschoten op duur 35mm film. De restauratie in 2k ziet er daarom weer heerlijk uit. De extra’s vallen ditmaal helaas wat tegen, maar de productie van Zombie Island Massacre is wat gehuld in mysterie. Er is niet zo heel veel bekend over het maken van de film. Toch zouden wat nieuwe interviews met cast- en/of crewleden niet misstaan. De volledige lijst aan extra’s, zoals vermeld op de Blu-ray:

• Region Free Blu-ray/DVD combo
• Newly scanned & restored in 2k from its 35mm camera negative
• Original theatrical trailer
• Multiple TV spots
• Promotional ‘sizzle’ reel
• Reversible cover artwork
• English SDH subtitles