Categoriearchief: TV

Prooi (Dick Maas) – Maas back in action

Dick Maas is terug en wel met een film die de horrorliefhebbers van ons weer doen uitkijken naar een nieuwe Maas. Maas’ laatste film, Quiz, was een aardige thriller en daarvoor bracht Maas ons Sint, misschien wel zijn beste horrorfilm, samen met Amsterdamned en De Lift. Dat we nu weer te maken hebben met een plot over een loslopend gevaar in Amsterdam is natuurlijk reden genoeg om de link te leggen met laatstgenoemden en redelijk hoge verwachtingen te hebben, al helemaal omdat we hier niet met een seriemoordenaar of demonische Sinterklaas te maken hebben, maar met een heuse leeuw!

Plot: Na de vondst van een gruwelijk afgeslacht boerengezin net buiten Amsterdam roept politie-inspecteur Brinkers (Rienus Krul) de hulp in van Artis-dierenarts Lizzy (Sophie van Winden). Zij ziet direct wat de bloederige verminkingen moet hebben aangericht: een forse, agressieve leeuw. Niemand gelooft haar en pas na een bloedbad in het Vondelpark stemmen de autoriteiten in met haar plan om de Britse jager Jack (Mark Frost) in te zetten. Lizzy’s vriend Dave (Julian Looman) heeft zijn bedenkingen vanwege het amoureuze verleden van Jack en Lizzy. Maar ook hij moet toegeven dat Jack hun beste kans is om meer bloedvergieten in de straten van Amsterdam te voorkomen. De jacht is geopend…

De opening van Prooi doet je gelijk weer beseffen dat we hier met een echte Dick Maas film te maken hebben. Na de fijne begintitels, waarin we ons door de ogen van de leeuw begeven richting een boerderij, worden we geïntroduceerd aan een stel platte personages die vakkundig worden afgeslacht. Een typische horror opener, de sfeer zit er meteen goed in. Maas verspilt geen tijd met een te lange opbouw en de top van Amsterdam is al meteen in een staat van alertheid betreffende deze onbekende dreiging. Films als Amsterdamned en De Lift werken juist om deze reden zo goed; het tempo. Het acteerwerk is vaak niet je van het en de geloofwaardigheid wil ook nog weleens dubieus zijn, maar het is vooral de vlotte vertelstijl die dit genrewerk het beste tot zijn recht doet komen. En daarin gaat Prooi uiteindelijk de fout in.

Prooi begint zeer aardig. Het acteerwerk van vooral Looman is niet om aan te zien, maar we hoeven er amper bij stil te staan want de opbouw naar waar het echt om draait, de leeuw, is goed. Maar Maas maakt de onbegrijpelijke keuze de leeuw al in een veel te vroeg stadium in zijn geheel te laten zien. Weg is die opbouw en dan hebben we nog iets van een uur te gaan. Dit uur wordt voornamelijk gevuld door een oninteressante liefdesverhouding tussen Lizzy, Dave en de bloedirritante Jack. Mark Frost krijgt een hoogst weerzinwekkende rol toebedeeld van een dronken, eenbenige Engelsman die veel te opzichtig schijt heeft aan de wereld, maar nog een laatste goede daad wil verrichten. Het had allemaal beter gewerkt als de opbouw naar het tonen van de leeuw langer had geduurd en het hele gedoe met Jack was ingekort.

Gelukkig zijn de scènes met de leeuw wel erg de moeite waard. In de twee beste scènes uit de film hebben we weer een spectaculaire achtervolging door hartje Amsterdam en laat Maas een tram ontsporen, wat hij ook al eerder liet doen in Do Not Disturb. De leeuw is verrassend geloofwaardig en wordt middels een combinatie van animatronics en cgi tot leven gebracht. Ik ben erg blij dat dit niet geheel met cgi is gedaan, het maakt het net wat geloofwaardiger allemaal. Ook zeer de moeite waard en heden te dage zelfs gedurfd, zijn de gore effecten van Rob Hillenbrink. Maas schuwt ze niet en worden langer dan normaal in beeld gebracht. Dit zijn de zaken waar prooi het van moet hebben maar die worden helaas ondergesneeuwd door veel te veel aandacht te geven aan oninteressante protagonisten.

Recensie: Armageddon (Michael Bay)

Michael Bay is een naam die synoniem is aan kabaal. Met uitzondering van The Island draaien zijn films maar om een ding, en dat is actie. Amper serieus genomen door filmcritici, gaat Bay gewoon vrolijk verder met het vastleggen van een hoop cool gepraat, schaars geklede babes en vooral explosies, vaak met een draak van een film als resultaat. Maar in een enkel geval wil de overdaad aan machoïsme en spektakel werken. Armageddon is hier het voorbeeld van.

Plot: Een gigantische meteoriet zal over 18 dagen inslaan op aarde. NASA roept de hulp in van Harry Stamper, een boor-expert, om de astronauten te trainen. Harry denkt echter dat de astronauten niet op tijd getraind kunnen zijn, en besluit zelf met z’n crew de klus te gaan klaren.

Michael Bay mag zich scharen tussen namen als Jean Renoir, Jean-Luc Godard, Andrei Tarkovsky, Stanley Kubrick, Sergei M. Eisenstein, Yasujiro Ozu en Ingmar Bergman, althans wat uitgever Criterion betreft. The Criterion Collection is een gerenomeerde verzameling van klassieke films die op de een of andere manier hebben bijgedragen aan de filmgeschiedenis. Films die een tijdperk tekenen, of een voorbeeld zijn van wat film tot kunst maakt. Als Criterion ook een representatie moet zijn van wat de filmgeschiedenis te bieden heeft, is de keus op Armageddon en The Rock (jawel, Bays tweede (!) titel in de lijst) geen vreemde. Deze twee films zijn namelijk perfecte voorbeelden van producties ontstaan uit het studio-systeem dat toen in Hollywood zijn hoogtijdagen vierde en vandaag de dag de norm is. Wanneer men het over blockbusters heeft is Michael Bay een referentie en dat bewijst hij met zijn beste film tot nu.

Armageddon is op papier niet veel anders dan menige zomerhit. ‘Men on a mission’ is de leidraad in een film die verder doorspekt is met clichés. Werkelijk alles komt aan bod: de turbulente vader/dochter relatie, stereotype figuren, obligate one-liners, tenenkrommende liefdesintermezzo’s, net niet sterfgevallen, alles warm gehouden met een sausje van Amerikaans superioriteitsgevoel en zeer waarschijnlijke wetenschappelijke incorrectheden. Erg knap als iemand van zulke rotzooi nog iets verdienstelijks weet te maken. Maar Michael Bay heeft met zijn derde film bewezen meer te zijn dan een doorsnee studio-marionetje dat puur orders uitvoert ter wille van de omzet. Bay laat zien een begenadigd en eigenzinnig regisseur te zijn en in samenwerking met blockbuster producent bij uitstek, Jerry Bruckheimer, levert hij zijn eigen meesterwerkje af.

Armageddon is een ‘rollercoaster ride’ van begin tot eind. De 144 minuten razen in sneltreinvaart voorbij en in die 144 minuten worden wij overspoeld door een stortvloed aan audiovisueel geweld. Het camerawerk van Mitchell Amundsen (Mission Impossible III, Shine a Light) is voor een film als deze van behoorlijk niveau en weet bepaalde scènes, die normaliter in de vergetelheid zouden verdwijnen, een gouden randje mee te geven. Maar het is vooral de fotografie die van Armageddon een klein genot maakt. Bepaalde plaatjes zien er geweldig uit, vooral wanneer we eenmaal met onze helden op de meteoriet zitten. Bay heeft hier volop kunnen spelen met belichting en dat betaalt zich uit in een paar zeer interessante shots. En wat te zeggen van het geluid? Deze is overdonderend. Armageddon moet een van de indrukwekkendste soundtracks kennen, want wat knalt deze film van je scherm.

Grootste kracht van Armageddon zit hem echter in de korrel zout die Michael Bay met zijn film neemt. De cast, die wonderlijk goed bij elkaar is geraapt, zorgt dat het ‘fun’-gehalte constant hoog ligt. De personages lopen enorm uiteen en krijgen stuk voor stuk de tijd om zich te presenteren aan het publiek, vaak begeleid met een goed uitgekozen nummer om de stoerheid van deze mensen nog eens te benadrukken. Het is ook gewoon leuk om Steve Buscemi in de rol van een rebellerende intellectueel te zien. De echte korrel zout zit hem echter in het ongelofelijke over-de-top gehalte dat door de film heen zit. De eerdergenoemde clichés worden zo enorm aangedikt, een grote verdienste van componist Hans Zimmer, dat Armageddon een van de grootste ‘guilty pleasures’ op aarde moet zijn. Michael Bay weet dit, geniet er met volle teugen van en dat is aan de hele film af te lezen. Armageddon is een regisseursfilm op zijn eigen manier.

Recensie: Alien 3 (David Fincher)

In 1992 werd er in het City theater in Amsterdam een Alien-nacht georganiseerd ter ere van het uitkomen van Alien 3. Alle drie de Alien films werden achter elkaar vertoond. Ik had Alien (1979) en Aliens (1986) al vaker gezien op VHS, maar nog nooit op groot scherm. Wat ik me nog goed kan herinneren van die nacht is dat het derde deel, in vergelijking met de eerste delen, tegenviel. Ik heb de toenmalige trilogie daarna nog meerdere keren gekeken, maar toch ging mijn voorkeur altijd uit naar de eerste twee delen. Ook toen daar later daar nog Alien: Resurrection (1997) bij kwam. Voor deze recensie heb ik voor de verandering de Assembly Cut van Alien 3 gezien.

Plot: Alien 3 sluit naadloos aan op de gebeurtenissen uit Aliens. Ripley (Sigourney Weaver), Hicks, Newt en Bishop zijn ontsnapt en liggen nu in hyperslaap. De computer besluit de shuttle de ruimte in te schieten als er aan boord van het ruimteschip om onbekende reden brand uit breekt. De shuttle stort neer op Fiorina 161, een gevangenisplaneet van het bedrijf Weyland-Yutani. Alleen Ripley overleeft de landing. Op de planeet wonen alleen maar mannen, die een soort religieuze gemeenschap hebben gevormd. Een vrouw zorgt alleen maar voor onrust. Ripley maakt kennis met gevangenisdokter Clemens en probeert erachter te komen hoe het ruimteschip is neergestort. Aan boord van de shuttle is ook een facehugger meegekomen, die een os als gastheer gebruikt en uiteindelijk uit het karkas kruipt. Het duurt niet lang voordat de eerste gevangen slachtoffer worden van de Xenomorph. Ripley vertrouwt het niet en komt uiteindelijk met de Alien oog in oog te staan, maar het beest laat haar met rust. Waarom heeft het beest haar niet verscheurd en hoe kunnen gevangenen de loslopende Alien doden? Ondertussen is een speciaal onderzoeksteam van Weyland-Yutani op weg naar de gevangenisplaneet en komt Ripley voor een onmogelijke keuze te staan.

De bioscoopversie uit 1992 is geregisseerd door de toen nog onbekende David Fincher (Se7en, Zodiac en Gone Girl). Fincher heeft het tijdens de productie erg moeilijk gehad met de bemoeienissen van de studio. In 2003 werden de vier Alien-regisseurs gevraagd om een alternatieve versie van hun film te maken, maar Fincher bedankte hiervoor. De Assembly Cut is uiteindelijk met 25 minuten extra materiaal in elkaar gezet door Charles de Lauzirika. Hij gebruikte hiervoor de originele aantekeningen van de regisseur.

Het was overigens de eerste keer dat ik de alternatieve versie van Alien 3 heb gezien. Deze versie bestaat niet alleen uit toegevoegde scenes, maar de hele opbouw van de film is anders. Bepaalde scènes uit het origineel zijn verwijderd en nieuwe scènes zijn toegevoegd, zoals de geboorte van de Xenomorph. In de originele film slingerde de facehugger zich om een hond. In de alternatieve versie is dit een os. In de originele versie wordt de Xenomorph niet gevangen genomen, maar in Assembly Cut wel. De grootste verandering vond ik het einde. Met de bioscoopversie in mijn hoofd begon ik even aan mezelf te twijfelen toen ik het alternatieve einde zag.

De makers hebben geprobeerd om aan het derde deel een originele draai te geven, net zoals James Cameron dat had gedaan met zijn Aliens. Het pakte alleen bij hem een stuk beter uit dan bij David Fincher. De film mist het dreigende gevoel dat ik bij de eerste films wel had. In Alien 3 komt dit slechts een enkele keer voor, bijvoorbeeld als de Xenomorph langzaam bij Ripley in de buurt komt. Er is ook veel gebruik gemaakt van CGI in plaats van praktische effecten en dat is duidelijk te zien. De film is voor het grootste gedeelte opgenomen in Engeland en dat verklaart ook waarom de meeste gevangen een dik Engels accent hebben. Hier moest ik wel even aan wennen. Samen met de problemen op de set en het gesleutel aan de film zijn dit toch wel de belangrijkste redenen waarom Alien 3 een stuk minder is geworden.

Toch was het leuk om de Assembly Cut te kijken. Het is de eerste film uit de reeks waarin Ripley echt centraal staat. Hoe je het ook wendt of keert, Alien 3 maakt onderdeel uit van een van de meest populaire science fiction franchises ooit.

Recensie: Aliens (James Cameron)

Het was in feite onnodig om een vervolg te maken op Ridley Scotts Alien uit 1979. Alien behoort namelijk tot de beste films ooit gemaakt. Een klassieker die helemaal op zichzelf staat. De fans van het eerste deel wilden echter meer zien en Hollywood beantwoordde die vraag. De titel? Een best luie eigenlijk: Aliens. De zware taak om de film te regisseren kwam op de schouders terecht van de toen nog jonge James Cameron, die na diens The Terminator tot Hollywoods wonderboy was gebombardeerd. En dat pas na één film. Een fantastische, laat daar geen misverstand over bestaan, maar het was toch een gewaagde keuze van de studio. Maar de mensen bij 20th Century Fox hadden gewoon gelijk. James Cameron’s Aliens is een grote achtbaan en misschien wel meer dan zij ooit hadden durven dromen.

Plot: Na de destructie van de Nostromo wordt Ripley opgepikt door een vrachtschip dat haar brengt naar een onderzoekscentrum nabij Aarde. Daar wordt zij ontwaakt uit een hyperslaap van maar liefst 57 jaar. De wereld om haar heen is helaas niet veel veranderd. Haar werkgever, Weyland Yutani, doet nog altijd onderzoek naar de melding van het buitenaardse wezen, de Xenomorph, dat de Nostromo had opgepikt van planeet LV-426 en bijna haar hele bemanning wist uit te roeien. Zonder enig besef van wat er is gebeurd op LV-426 hebben enkele tientallen kolonistenfamilies zich daar gevestigd in de afgelopen jaren. In opdracht van Weyland Yutani. In de voorgaande jaren is er geen melding geweest van ander leven op de planeet maar wanneer alle communicatie met de kolonie abrupt stopt wordt voor de zekerheid een groep mariniers naar de planeet gestuurd. Ripley wordt gevraagd om als adviseur mee te gaan aangezien zij de enige is die enigszins bekend is met het wezen. Als Ripley en de mariniers aankomen op de kolonie blijken al haar bewoners te zijn verdwenen en vinden zij sporen van een groot gevecht dat heeft plaatsgevonden. Zij vinden maar één overlevende, Newt, een meisje van een jaar of 7. Zij kan hen helaas maar weinig vertellen omdat zij duidelijk getraumatiseerd is door de gebeurtenissen. De mariniers krijgen de opdracht op onderzoek uit te gaan maar dat blijkt een grote fout, want er is wel degelijk iets aanwezig op LV-426. En veel meer dan zij aankunnen…

Aliens is misschien wel hét voorbeeld voor de legitimatie van het maken van een vervolgfilm. Hoewel de aanpak van Cameron heel anders is, werkt de film als een tierelier en is ie misschien wel geliefder bij de fans dan Alien. In ieder geval wel bij mij. James Cameron laat met Aliens heel goed zien dat niets onmogelijk is en weet voor een nagenoeg perfecte film een perfect vervolg te maken. Het lijkt wel alsof hij de rechten daar op heeft want enkele jaartjes later deed hij dat weer met Terminator 2: Judgment Day. Aliens is niet zomaar een vervolg. Juist omdat Scott en Cameron hele verschillende regisseurs zijn is Aliens een heel ander soort film geworden. Was Alien nog een ‘slasher in space’, dan is Aliens nog het beste te omschrijven als een Vietnam-film met Xenomorphs in plaats van de Vietcong. De tagline ‘This Time it’s War’ komt niet zomaar uit de lucht vallen.

Aliens is verre van minimalistisch zoals Scotts meesterwerk dat is. Alles is groter en zit vol actiescènes. Bij het kijken lijkt het ook elke keer weer alsof ik een blik testosteron open trek, ook al weet ik precies wat er gaat gebeuren. Het verveelt allemaal nooit. Maar ook al is Aliens gedurende de gevechten bombastisch, het is niet dat Cameron vergeet om spanning te creëren. Want hoewel de film mariniers bevat die gewapend met vlammenwerpers de wezens te lijf gaan en de stroom aan Xenomorphs eindeloos lijkt, heeft Aliens ook een aantal nagelbijtende scènes. Cameron heeft bijvoorbeeld niet meer nodig dan een kleine ruimte waarin Ripley (Sigourney Weaver op haar best) samen met het meisje Newt opgesloten zit met niets meer dan een facehugger om hier een retespannend kat- en muisspel van te maken.

Nu de film alweer dertig jaar oud is zou je denken dat veel van de special effects wellicht verouderd zouden zijn. Niets is minder waar. Wederom heeft special effects maestro Stan Winston prachtwerk afgeleverd met mannen in latex pakken, poppen, miniaturen en maquettes aan draadjes. Als iemand tegen je zegt dat je alleen met CGI geloofwaardig metershoge wezens met meerdere armen en een enorme staart kan maken, laat dan Aliens zien en geef die persoon de middelvinger, want de practical effects in Aliens hebben net zo goed een hoofdrol in deze film en behoren tot het beste wat ooit is voorgebracht op dat gebied.

Ja, ik ben vol lof over Aliens. Ik kan genoeg opnoemen wat mij zoveel plezier eraan oplevert. Van personen als Bill Paxton, die een aantal heerlijke oneliners uitkraamt, tot de score van James Horner, die je niet moet opzetten als je auto rijdt want je krijgt geheid een bekeuring voor te hard rijden. Echt teveel om op te noemen. Er is gerust wel kritiek. Alleen niet van mij. Zo is niet iedereen te spreken over de toevoeging van Newt. Het meisje zou alleen in de film zitten om vrouwen aan te spreken, of zoiets. Dat vind ik zo’n onzin. Newt is een essentieel onderdeel van de film. Het geeft Ripley juist de reden om de confrontatie aan te gaan met de Xenomorph en zo wraak te nemen voor het verlies van haar crewleden in de eerste film. Newt is daarnaast ook een vervanging van haar eigen dochter, die tijdens haar hyperslaap is gestorven. Door Newt te redden geeft dat Ripley een soort van afsluiting en een kans opnieuw te beginnen.

Aliens is het teken dat je met durf heel ver kan komen. Durf van James Cameron om groot te denken en dat ook te doen, maar ook durf van de studio om juist hem aan te stellen. Ze hadden gerust voor een meer gerenommeerde regisseur kunnen gaan maar deden dat juist niet. Zij geloofden in hem en lieten van een meesterwerk op zich iets heel anders maken. Hoe anders het ook wel niet is, Aliens is 30 jaar na dato nog altijd een meesterwerk, net als zijn voorganger.

Recensie: The Good, the Bad and the Ugly (Sergio Leone)

The Good, the Bad and the Ugly (oorspronkelijke titel Il Buono, il Brutto, il Cattivo) is een Italiaanse western uit 1966. De derde en laatste film uit de dollar trilogie van regisseur Sergio Leone. Ik zou eigenlijk niets over deze film moeten schrijven, omdat ik er niet objectief naar kan kijken. Voor mij persoonlijk is en blijft dit de beste (western) film die ooit is gemaakt. Ik kan dus ook niets negatiefs bedenken, maar dat geldt natuurlijk niet voor iedereen.

Plot: De film speelt zich af tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. In omgekeerde volgorde van de filmtitel maken we kennis met de bandiet Tuco (Eli Wallach), die net ontsnapt aan een aantal premiejagers. Vervolgens de kille Sentenza of Angel Eyes (Lee van Cleef). Hij is op zoek naar ene Bill Carson, een soldaat die er vandoor is gegaan met $200.000 in goud van de Confederatie. Als laatste zien we Blondie (Clint Eastwood) die Tuco redt uit de handen van een groep premiejagers. De twee beginnen een bijzondere samenwerking. Blondie levert Tuco uit aan de plaatselijke sheriff, strijkt de premie op en bevrijdt hem tenslotte van de strop. Dit herhalen ze in een aantal stadjes, totdat Tuco te inhalig wordt en Blondie besluit hem achter te laten in de woestijn. Als Tuco later wraak wil nemen speelt het lot een bizar spel met de twee. In de woestijn stuiten ze op een koets met daarin een aantal lijken en een stervende Bill Carson. Hij vertelt aan Tuco dat er een schat verborgen ligt op de begraafplaats Sad Hill. In ruil voor wat water wil hij ook de naam op het graf vertellen. Als Tuco water gaat halen vertelt Carson aan Blondie de naam van het graf en sterft. Beide met een deel van het geheim op zak, worden ze gedwongen om samen te werken, maar dat gaat natuurlijk niet van harte. Uiteindelijk kruist ook Angel Eyes hun pad. Het drietal komt uiteindelijk via een aantal omzwervingen uit op de begraafplaats van Sad Hill, waar ergens de $200.000 ligt begraven. Wie overleeft de bloedstollende confrontatie?

Opnieuw neemt Sergio Leone ons mee naar zijn ‘smerige’ wereld van de western. In zijn westerns zie je geen gladgestreken overhemden of glimmende revolvers. Hij zet de cowboy neer op een manier die niet eerder voorkwam in de Amerikaanse westerns. Gure, zweterige en ongeschoren koppen, waar je vliegen op ziet landen. De extreme close-ups worden afgewisseld met brede stoffige en gortdroge landschappen. Van de mensheid heeft Leone geen hoge pet op. Hij brengt heel duidelijk in beeld hoe zinloos oorlog is en laat ongecensureerd de verschrikkingen van de Amerikaanse burgeroorlog zien. Geen heldhaftige taferelen, maar dood, verderf, verdriet en pijn. Leone neemt, net als bij zijn voorgaande westerns, de tijd om het verhaal op te bouwen. De oorspronkelijke Italiaanse release was 177 minuten. In Amerika werd de lengte van de teruggebracht naar 161 minuten. In 2004 zijn de ontbrekende 16 minuten weer toegevoegd aan de Amerikaanse uitgave. De Italiaanse geluidstrack is toen opnieuw ingesproken door Clint Eastwood, Eli Wallach en stemacteur Simon Prescott, die de stem van de in 1989 overleden Lee van Cleef insprak. Een mooi proces en complete uitgave, maar je hoort toch het verschil. Daarom blijft voor mij de originele Amerikaanse versie toch favoriet.

De acteurs zijn natuurlijk een belangrijke bijdrage aan het succes van de film. Clint Eastwood is geweldig als de zwijgzame en doordachte Blondie. Dit was overigens de laatste keer dat Clint Eastwood samenwerkte met de Italiaanse regisseur. De carrière van Lee van Cleef zat een beetje in het slop, maar met zijn rol als Angel Eyes zette hij een van de grootste schurken uit de filmgeschiedenis neer. Na de dollar trilogie speelde Van Cleef nog in talloze westerns. Het is echter Eli Wallach die de show steelt als de smerige, hebzuchtige, sluwe, laffe Tuco Benedicto Pacifico Juan Maria Ramirez (ook bekend als The Rat). Hij is de belichaming van hebzucht en weet dit weergaloos in beeld te brengen. Zijn rol zorgt ook voor de komische noot in de film.

Wederom werkt Leone samen met Ennio Morricone. Je mag zijn muziek natuurlijk niet vergeten. De muziek is echt een onderdeel van de film. Het openingsstuk is wereldberoemd en komt op verschillende manieren ook steeds terug in de film. Morricone gaat met zijn beklemmende muziek helemaal los in de slotscène, waarbij de acteurs op opera-achtige wijze beginnen aan hun dans des doods. Het laat zien hoe belangrijk filmmuziek is, want zonder de bijdrage van Morricone had de film zeker niet zo een impact gemaakt.

The Good, the Bad and the Ugly blijft voor mij een tijdloos meesterwerk waar ik iedere keer weer opnieuw adembenemend naar kan kijken en van kan genieten.