Nico Mastorakis (Island of Death) – interview

Het Griekse Island of Death is uitgekomen op blu-ray. Arrow Video heeft haar best gedaan de 40 jaar oude film zo glorieus mogelijk vast te leggen op de HD drager. Een recensie ervan zal binnenkort op de site verschijnen. In de tussentijd heb ik wat vragen kunnen stellen aan de regisseur, Nico Mastorakis, over het maken van grensverleggende exploitatie tot aan de samenwerking met sterren als Kirstie Alley, Oliver Reed en Zsa Zsa Gabor.



Gefeliciteerd met de Arrow blu-ray release van Island of Death, Nico! Hoe voelt het om je film in zulke glorie uitgebracht te zien worden?

Island of Death is een film die Arrow verdient en Arrow een bedrijf dat Island of Death verdient. Een van de hoofdredenen waarom ik liever met hun werk is dat zij een hoop passie en zorg stoppen in de release van een film. En ik probeer die passie altijd te retourneren zoals recentelijk het geval was met het creëren van de geweldige extra’s voor deze release.

Island of Death is een controversiële film die destijds indruk moet hebben gemaakt. Wat waren de reacties op de film in Griekenland en de rest van de wereld?

Als ik het mij goed herinner, was het Griekse publiek niet erg geschokt. De film was een veel grotere schok voor de distributeurs die de film zagen tijdens Cannes. De helft van hen verliet halverwege ziek de zaal. En zij waren ook degenen die terugkwamen om de film te kopen! Het voelt altijd goed om een beetje tegen het systeem te hebben geschopt, zelfs ongewild.

IoD
De Arrow uitgave van Island of Death

Je film heeft de Video Nasties lijst gehaald in Groot-Brittannië. Hoe heeft dat de film beïnvloed?

Censuur is een totalitair middel. Het zegt tegen volwassen mensen: “jij mag dit niet zien, wij verbieden het voor je eigen bestwil.” Om een censurist te worden, moet je wel een kleine depressieve maniak in je hebben schuilen. Waarom zou je anders iemands creatieve werk beoordelen op basis van hypocriet gedicteerde ethische en morele (ik noem ze immorele) standaarden? Toch heb ik een hoop te danken aan de Britse censuur, want zij hebben jarenlang meegeholpen aan het opbouwen van een verlangen naar de verboden vrucht. In elke nieuwe release hebben ze weer wat minder geknipt, totdat ze een paar jaar terug Arrows ongeknipte release hebben goedgekeurd.

Wat was de voornaamste inspiratie voor Island of Death?

Geld. Ik had een internationale doorbraak nodig en in een post-dictatoriaal Griekenland was filmmaken de enige manier om op te vallen. Ik was niet gek op het idee om een snelle soft-porno te maken, zoals vele regisseurs en producenten dat destijds deden. In plaats daarvan wou ik een film maken die men niet snel zou aandurven.

Je had makkelijk als een ‘exploitatie filmmaker’ gelabeld kunnen worden, maar in plaats daarvan schreef je The Greek Tycoon, van J. Lee Thompson (The Guns of Navarone) en met Anthony Quinn. Hoe is dat zo gebeurd?

Toen ik in Londen woonde, kreeg ik teveel aanbiedingen om exploitatiefilms te maken, een trend die toen springlevend was. In plaats daarvan koos ik ervoor om het succes van Island of Death te overleven en achter een schijnbaar onmogelijk te maken film, want zo werd The Greek Tycoon destijds gezien, te gaan. Iedereen hield van het idee om een film over Onassis te maken, maar ze waren te bang voor de mogelijke juridische moeilijkheden. Alan Klein was dat niet, en hij heeft de film gefinancierd.

Je hebt veel van je eigen films geproduceerd en geschreven. Is totale controle over je werk een noodzakelijkheid voor je?

Ja en nee. Een echte must is om niet te maken te krijgen met verkoopbedrijven en subdistributeurs, zodat al het geld terug naar jou komt. Ik heb een paar keer mijn vingers gebrand toen een verkoper mijn filmbudget met $280 crediteerde voor een diner met zijn neef, en dat was nog het minst lachwekkende. Totale controle over materiaal? Niet echt, maar de makkelijkste manier om gewilde scripts te krijgen is door ze te schrijven. Totale controle om een $300.000 film te doen laten lijken alsof het voor $1.5 miljoen is gemaakt? Absoluut.

Oliver Reed in Hired to Kill (1990)
Oliver Reed in Hired to Kill (1990)

Grote internationale sterren hebben gespeeld in je films; van een toen nog onbekende Kirstie Alley tot Oliver Reed, Zsa Zsa Gabor en Nastasja Kinski. Hoe was het om met acteurs te werken die grote Hollywood producties gewend waren?

Je had Jacqueline Bisset en zelfs Hans Zimmer moeten toevoegen, die (toen hij nog samenwerkte met Stanley Myers) zijn solo debuut had met de score voor Terminal Exposure (The Wind, 1986). Godzijdank heb ik altijd een oog gehad voor nieuw talent (Kirstie, Hans, Kirk Ellis, Peter Rader, Valeria Golino) en was ik blij toen zij sterrendom bereikten. Wat betreft de zogenaamde ‘sterren’, jongen, wat heb ik een spijt van mijn besluit om met ze te werken. Eén gestoorde cocaïne verslaafde, één totale dronken ‘hasbeen’, één alcoholische tiran en één narcoleptische maniak zijn meer dan genoeg in mijn carrière.

Je hebt zowat alle genres betreden die geliefd zijn door genrefilm liefhebbers. Van horror en actie tot Porky’s stijl komedies en science-fiction. Bij welk genre voel je je het meest comfortabel?

Ik hou van Chinees eten net als dat ik van afwisseling hou in het maken van films. Het is een geval van niet labelen en plezier hebben in het springen van genre naar genre. Maar waar ik het meeste van houd zijn suspense thrillers, om te kijken en om te maken. Als Hitchcock liefhebber krijg ik ook geen genoeg van vintage De Palma. In sommige van mijn films heb ik zelfs gejat (een ode gebracht aan) van de ‘The Great Alfred’.

Nightmare at Noon (1988)
Nightmare at Noon (1988)

Filmmaken is niet het enige wat je doet. Je schrijft ook boeken. Wat is de grootste voldoening die je daaruit haalt?

Hoewel ik een mensenpersoon ben, hou ik ervan om alleen te werken. Van een ballpoint tot mijn tablet, van de eerste Olivetti tot de eerste Mac, van papier tot scherm, ik denk dat schrijven mijn enige exces is geweest in mijn leven. Bij elkaar moet ik ongeveer 150.000 pagina’s hebben geschreven. De voldoening verandert in hedonisme wanneer het geschreven woord verandert in beelden en die beelden kunnen het publiek bang maken, vermaken, raken of beschamen.

Het is alweer een tijd geleden sinds je laatste film .com for Murder (2002). De grenzen van horror zijn sinds Island of Death verlegd door films al Irréversible en A Serbian Film. Wat zou je ervoor voelen om die grenzen weer wat te verleggen met een nieuwe Island of Death-achtige film?

Ik ben blij dat je wat verwerpelijke films noemt, die ik zelf nooit had gemaakt. Er zijn limieten voor de filosofie van exploitatie en wanneer er slordige pogingen worden ondernomen om die grens te verleggen middels pedofilie, kinderporno en geweld jegens minderjarigen, word ik boos, dan ben ik weg. Dat is geen kunst, het is geen exploitatie, het is een verkrachting van alle esthetische en morele regels binnen het filmmaken, en “frankly my dear, I don’t give a fuck”. Ik zal dat bewijzen met Island of Death 2, waar we alsnog grenzen zullen verleggen, maar op een manier die niemand ziet aankomen.

Een gedachte over “Nico Mastorakis (Island of Death) – interview”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.