Tagarchief: Mysterie

Recensie: Old (M. Night Shyamalan)

Een nieuwe M. Night Shyamalan was 20 jaar geleden echt wel iets om naar uit te kijken. Met films als The Sixth Sense en Signs was hij een van de meest spannende regisseurs op de planeet. Laatstgenoemde film zorgde op momenten echt voor kippenvel bij ondergetekende. De situatie omtrent Shyamalan is de laatste echt echter veranderd. De man komt voornamelijk met ongrijpbare films opdraven en heeft vooral de mainstream achter zich gelaten. Met Old gaat hij hier vrolijk mee verder.

Plot: Een gezin ontdekt tijdens hun tropische vakantie dat het afgelegen strand waar ze zich bevinden ervoor zorgt dat ze op mysterieuze wijze snel verouderen… ineens duurt hun hele leven nog maar één enkele dag en er is geen enkele manier om van het eiland af te komen.

Het uitgangspunt is wel weer lekker en typisch ‘Shyamalaanse’ mysterie. Maar waar de man vroeger over de beste acteurs kon beschikken die Hollywood te bieden had, moet hij het nu doen met een stel acteurs dat echt vreselijk gecast is. Gael Garcia Bernal en Vicky Krieps zijn echt volledig miscast als koppel. Hun accenten leiden vooral af en ze zijn allesbehalve geloofwaardig als stel wat hun drama totaal niet over laat komen. Maar goed, daar zetten we deze film natuurlijk niet voor op.

Het mysterie rondom het strand is best fijn maar komt met een allegaartje aan ongeloofwaardigheden. Zo worden ze allemaal erg snel oud, vooral de kinderen dan, bij de volwassenen zie je heel lang niets gebeuren. Eten doen ze allemaal amper en haren en nagels groeien niet, maar daar komt een onbegrijpelijke verklaring voor door een van de personages. De sfeer is ronduit vreemd en niet altijd in goede zin. Shyamalan lijkt het op momenten ook niet te weten wat zich vertaalt in een deel net voor het einde dat echt enorm sleurt.

Eenmaal bij het einde gekomen komt de aap uit de mouw wat betreft het doel waarom de mensen naar dit specifieke strand worden gelokt en ook dat is weer een grote WTF. Wie dacht dat het einde van The Village vergezocht was moet snel hier eens naar kijken. Man man man, Shyamalan, je zoekt het nu wel heel erg ver op met je ’twist endings’. Het is begrijpelijk waarom de man veel fans is kwijtgeraakt. Het geniale is er gewoonweg af. Wel hebben zijn films nog steeds een flinke WTF-factor wat altijd wel publiek trekt, maar doe het voortaan met een betere, geloofwaardigere cast aub, want dit stelletje bakte er echt niets van.

The Green Knight (David Lowery) – Doet A24 het weer?

David Lowery liet met A Ghost Story al zien dat hij esoterische onderwerpen perfect kan combineren met cinema. Nu heeft hij het middeleeuwse gedicht Sir Gawain and the Green Knight van de anonieme Pearl Poet onder handen mogen nemen met zijn The Green Knight.

Arthuriaanse legende is onderdeel geworden van onze verhaalcultuur. Zelfs als je weinig of niets weet van Arthur, Guinevere, Lancelot en Morgana heb je het verhaal al vele keren gehoord of gezien. Van Tolkien tot Star Wars, allemaal hebben ze wel wezenlijke onderdelen uit de verhalen van Arthur en zijn Ridders van de Ronde Tafel geleend. Een van de bekendste ridders is de neef van Koning Arthur, Gawain. Volgens sommige verhalen is hij het enige kind van zijn moeder dat iets van haar mystieke krachten heeft geërft. Zijn kracht staat namelijk in verbinding met de zon, hoe hoger deze staat hoe sterker hij wordt. Iets wat we terugzien in de Netflix Anime Seven Deadly Sins, gebaseerd op de gelijknamige Manga die erg veel leent uit de Arthuriaanse legendes. In de anime zien we een van de Deadly Sins Escanor. In de verhalen is Escanor de zoon van een reus en een heks met dezelfde krachten als Gawain en krijgt het dan ook met hem aan de stok. Gawain is verder bekend door een van de bekendste ridderromans, Sir Gawain and the Green Knight (Heer Walewijn en de Groene Ridder). Na al een fiks aantal verfilmingen door de jaren heen is het dan nu de beurt aan David Lowery.

Plot: Gawain is ook hier de neef van de koning, maar heeft zijn moed en ridderlijkheid nog niet kunnen bewijzen. Hij is dan ook nog geen ridder en slijt zijn dagen met drinken tot hij niet meer kan lopen en het bed delen met Essel, een boerendochter. Zijn moeder (in de verhalen Morgause, hier naar alle waarschijnlijkheid Morgana) vindt dat hij eens iets met zijn leven moet gaan doen en de twee botsen hier nog al eens over. Als het kerst wordt gebiedt Arthur hem plaats te nemen naast hem en Guinnevere. Gawain wordt gevraagd iets over zichzelf te vertellen en tot zijn schaamte heeft hij niets. Dan wordt Camelot opgeschrikt door een grote groene ridder. Overduidelijk bovennatuurlijk van aard blijven alle ridders op hun stoel genageld als de groene reus een spel voorstelt. Een van de ridders mag hem een slag toebrengen in ruil voor zijn bijl en de belofte hem precies een jaar later te ontmoeten om dezelfde slag terug te incasseren. Gawain ziet zijn kans schoon en springt over de tafel. Arthur biedt hem Excalibur aan en met een slag verliest de groene ridder zijn hoofd. Het gejuich in de zaal verstomt als het onthoofde lichaam opstaat, het hoofd oppakt en iedereen nog even een vriendelijke reminder geeft over volgend jaar, op de dag af bij de groene kapel. Gawain’s faam neemt een vogelvlucht maar het jaar vliegt voorbij. Als de tijd daar is gaat hij dan ook op zijn queeste om de nekslag terug te incasseren.

The Green Knight neemt het bron materiaal vrij losjes en weeft er enkele avonturen in die in het oorspronkelijke verhaal niet genoemd worden. Iets wat zich grappig genoeg toch weer goed verhoudt met de bron aangezien de verhalen in die tijd voornamelijk verteld werden en vaak pas vele jaren later werden opgeschreven waardoor er toch al veel aan veranderd en toegevoegd was. Zo wordt er een referentie gemaakt naar de Slag om Badon waar Koning Arthur 960 man gedood zou hebben, maar ook de legende van St. Winifred komt voorbij. Na enkele psychedelische paddo’s ziet hij zelfs een aantal reuzinnen voorbij lopen al blijft het in het midden of dit ook daadwerkelijk ook echt is. Dat is overigens iets wat Lowery vaak doet, de hele film is behoorlijk open tot interpretatie van de symboliek. Zo zou de reuzin die iets onverstaanbaars brabbelt voor ze haar hand uitstrekt naar een verschrikte Gawain prima symbool kunnen staan voor zijn moeder die misschien wel het beste over heeft voor haar zoon, maar hij begrijpt haar niet en hij is bang dat ze hem vermorzelt met haar reusachtige overbezorgdheid. Maar dat kan natuurlijk ook heel iets anders betekenen en zo houdt de film je lekker bezig.

Veel aspecten uit het originele verhaal komen terug, maar vaak net even anders. De film is door de hypetrain van A24 flink opgeklopt, maar de torenhoge verwachtingen zullen bij het grote publiek niet geheel ingelost worden door het gebrek aan actie en het einde. Critici zijn veelal lyrisch over de film en op het gebied van cinematografie en de hele sfeer van de film is dat ook zeker terecht. Toch legt Lowery het er hier en daar te dik op, terwijl hij soms net wat te vaag blijft. Hierdoor is het zeker een film die je meermalen kan zien waarbij je telkens andere dingen gaat zien, maar de 130 minuten zou ik eerder in een andere film steken. Wat niet wegneemt dat het een film is die je enige tijd bezig zal houden en voor liefhebbers van films waar je zelf mee aan de slag moet is The Green Knight een aanrader.

Recensie: Brain Dead (Adam Simon)

Elke keer wanneer 101 Films een nieuwe Black Label Edition uitbrengt ben ik erg benieuwd waar ze nu weer mee komen want deze reeks met mooie releases varieert nogal qua films. Zo bespraken we eerder al David Cronenberg’s eXistenz maar ook de rampenfilm Rollercoaster en het Nederlandse Zwartboek zijn in dezelfde reeks uitgebracht. Mijn hart begon even sneller te kloppen bij het lezen van de titel van de aankondigingsmail, maar helaas het was niet de Brain Dead Blu-ray waar ik op hoopte. Dit is niet Peter Jackson’s Braindead maar een Amerikaanse film die twee jaar eerder uitkwam in 1990. Ondanks mijn teleurstelling geven we de film toch een eerlijke kans, helemaal als je de cast even bekijkt. In de hoofdrol zit Bill Pullman en daarnaast spelen Bill Paxton en George Kennedy. Dat is niet verkeerd.

Plot: Rex Martin (Bill Pullman) is een hersenchirurg die onderzoek doet naar het operatief genezen van paranoia. Hij heeft hiervoor een beurs en doet onafhankelijk werk. Op een dag krijgt hij een voorstel van zijn gladde vriend (Bill Paxton) dat zijn onderzoek een behoorlijke versnelling kan opleveren. Hier kleven wel wat morele bezwaren aan. Een wetenschapper van het bedrijf waar Paxton voor werkt is paranoïde geworden en heeft zijn onderzoeksresultaten gewist. Deze zijn echter miljoenen waard en het bedrijf wil graag dat zijn geestestoestand verholpen wordt. Als Dr. Martin gelijk daarna zijn beurs verliest wordt het dilemma alleen maar groter en alsof de dag niet slechter kan gaan wordt hij ook nog eens aangereden.

Het eerste deel van de film is niet bijster interessant. Je zit met smart te wachten tot de film een versnelling opschakelt en er wat meer gaat gebeuren. En dat gebeurt zeker na het ongeluk van Dr. Martin. Hierna word je heen en weer geslingerd in verschillende realiteiten en moet je zelf maar uitvissen welke hiervan de echte is, als die er al bij zit. Alleen wordt de film er niet bijzonder veel leuker van. Bill Pullman doet zijn best maar echt meeleven is er na een tijdje niet meer bij. Daarvoor is het allemaal te afstandelijk en gewoon simpelweg niet goed genoeg uitgevoerd. Bill Paxton acteert alsof dit puur een snel tussendoortje voor hem is en de rest heeft ook niet genoeg om mee te werken om het voor ons interessant te maken. Het gaat ook te lang door allemaal, ook al duurt Brain Dead maar iets meer dan 80 minuten.  Ik kan mij heel goed voorstellen dat dit verhaal veel beter tot zijn recht was gekomen als een aflevering van een serie als The Twilight Zone of The Outer Limits.

Je kunt dus elke film wel in een mooie verpakking stoppen en deel laten uitmaken van een bijzondere reeks films, maar dat wil niet zeggen dat ze het ook allemaal verdienen. Deze had van mij dus niet zo gehoeven.

Recensie: The Ward (John Carpenter)

Tien jaar hebben we moeten wachten op de nieuwe John Carpenter. Natuurlijk zijn we nog wel zoet gehouden met twee Masters of Horror-afleveringen, waaronder de meesterlijke Cigarette Burns, maar een fan hou je hier niet heel lang mee zoet. Wij willen weer naar de bioscoop kunnen gaan voor de nieuwe John Carpenter. Iets wat in het verleden een garantie was voor een extreem sfeervolle horrorbeleving. Deze wens krijgt nu eindelijk gehoor met The Ward.

Plot: Kristen is een jong meisje dat tegen haar wil in wordt opgenomen in een psychiatrische instelling. Kristen wordt mishandeld, gedrogeerd en vol met pijnlijke wonden wakker. Ze heeft er geen benul van waar ze is en waarom. In de instelling ontmoet ze vier andere ‘gestoorde’ meisjes met ieder hun eigen problemen, maar ook zij hebben geen antwoorden voor Kristen. Al snel komt ze erachter dat de instelling vol zit met duistere geheimen. Als de nacht aanbreekt en het donker is horen ze allemaal vreemde geluiden op de gangen. Ze zijn niet alleen…

Zo lang wachten op de terugkeer van een van de belangrijkste figuren binnen het horrorgenre heeft zo zijn nadelen. De verwachtingen kunnen zo hoog worden opgeschroefd dat de kans groter en groter wordt dat de film uiteindelijk gewoon tegenvalt. De geïnteresseerden hebben bovendien al een tijd lang de kennis dat The Ward op papier niet een volbloed Carpenter is. Een van de belangrijkste en meest kenmerkende elementen in een Carpenter film, de score, komt ditmaal namelijk niet van de hand van de meester, wat een breuk is met een geliefde traditie. Kan een film die zo’n belangrijk stijlelement mist, de hooggespannen verwachtingen nog wel inlossen?

Dit is uiteindelijk een ondankbare vraag, want deze regisseur heeft wel meer in zijn mars dan enkel een sterke score op poten zetten. The Ward barst verder van de typische Carpenter kenmerken, waar we in de loop van de jaren zo van zijn gaan houden. Om te beginnen is de setting bijzonder sterk en wordt deze in beeld gebracht zoals alleen Carpenter dat zo goed kan. Een bijzonder stijlvolle openingsscène sleurt de kijker direct de donkere sfeer van de instelling in. Wie In the Mouth of Madness heeft gezien, zal op het gebied van setting parallellen kunnen trekken met deze intens sfeervolle film uit 1995. Een horrorfilm is vaak gebaat bij een sterke openingsscène en Carpenter weet precies op welke manier de kijker hiermee in staat van fascinatie te stellen. Extra zonde dat we na de aftrap toch geconfronteerd worden met eerdergenoemd feit. De openingscredits zijn op visueel vlak trefzeker, maar de muziek klinkt helaas als een inwisselbaar stuk. Ondanks het feit dat Carpenter verklaarde het volste vertrouwen in hem te hebben en hem te kwalificeren als “very, very talented”, is Mark Kilians score weinig karakteristiek en onderscheidt het zich niet van wat we al eerder in vele horrors hebben gehoord.

Een mysterieuze verschijning die jacht maakt op de protagonisten is iets wat Carpenter niet vreemd is. Halloween, Someone’s Watching Me, The Fog, Prince of Darkness en The Thing kennen stuk voor stuk dat element van een onverklaarbare aanwezigheid, die voor de nodige spanning zorgt. Opvallend is dat al deze films uit de begin- (en tevens sterkste) periode van Carpenters oeuvre stammen, wat van The Ward een beetje een terugkeer maakt naar zijn films met een simpel basisgegeven. Carpenter heeft hier goed aan gedaan, want juist die simpele vertelstijl is eigenlijk wat we hebben gemist. Dit maakt ook van The Ward weer een aangename kijkervaring. Een ervaring waar we de tijd krijgen om de sfeer van zo’n inrichting tot ons te nemen. Iets wat bijzonder sterk wordt gedaan, want Carpenter weet de setting volledig uit te buiten. Zijn geliefde Anamorphic Widescreen fungeert weer als vanouds en maakt ons deelgenoot van een gebouw dat vol met geheimen zit. Ook de geluidseffecten zijn behoorlijk effectief. Zo is het onweer, dat vaak aanwezig is, een sterk hulpmiddel in het creëren van een ongemakkelijke sfeer. Een hulpmiddel, bovendien, dat meesterlijk wordt gebruikt in een specifieke scène waar een zeer apetijtelijk stukje dans van de dames wordt gevolgd door knap monteerwerk. Een sterk staaltje cinema dat weer deed denken aan de hoogtijdagen van Carpenter.

Het is vooral de opbouw van The Ward die heerlijk subtiel is en op momenten doet denken aan Halloween. De meisjes zijn op de vlucht voor een soort van ‘boogeyman’ en de goed getimede schrikmomenten zijn geheel in slasher stijl. Jammer alleen dat Carpenter ervoor kiest gebruik te maken van luide geluidseffecten om ons de stuipen op het lijf te jagen. In dat opzicht past The Ward perfect in het rijtje van moderne horrorfilms, die vaak tappen uit hetzelfde vaatje, maar merk je toch de hand van een ervaren rot in het vak. Zoals gezegd is de opbouw subliem en weet het verhaal te intrigeren, hoe basaal dat ook mag zijn. Dit komt, zoals eerder vermeld, puur door het feit dat de setting gewoonweg ultiem wordt benut, maar ook door het meer dan degelijke acteerwerk van de dames, die stuk voor stuk personages neerzetten die een meerwaarde zijn voor de film. Vooral Lyndsy Fonseca is een aangename verrassing als de kunstzinnige Iris.

The Ward kent verder een verloop dat we in de loop der jaren wel vaker hebben gezien en Carpenter had er eigenlijk beter aan gedaan het wat laagdrempeliger te houden, want een verhaal met twists en dergelijke heeft hij niet nodig. Toch doet ook het einde, wanneer de dames geconfronteerd worden met het kwaad, in essentie erg aan Halloween denken. We horen zelfs een stukje muziek dat zo uit diezelfde klassieker uit 1978 had kunnen komen. Die Kilian heeft toch goed naar het oude werk van zijn werkgever geluisterd.

Conclusie
En zo is The Ward een voldane terugkeer van Carpenter geworden. Het blijft jammer dat hij de score voor de film niet zelf heeft verzorgd en dat bepaalde stijlelementen te modern aandoen, maar The Ward kent genoeg sfeer en de ’touch’ van een meester om dat grotendeels te doen vergeten. Het vak heeft John Carpenter in ieder geval nog steeds in de vingers. En nu alsjeblieft niet nog eens tien jaar wachten op zijn volgende film.

Recensie: Ares (Pieter Kuijpers)

Netflix’ grote succes is de laatste tijd vooral te danken aan hun originele films en series. Naast Amerikaanse hebben we ondertussen ook Engelse, Spaanse, Duitse en Vlaamse ‘originals’. Een serie van Hollandse bodem kon niet uitblijven. Uit een pitch van 15 ideeën pikten ze een horror. Oorspronkelijk ging het gerucht dat de serie zou gaan over de elitaire zuidas van Amsterdam en een demonische poort naar de Gouden Eeuw.

Plot: Ares is de naam van de God van de oorlog, maar ook van een elitair studentengenootschap in Amsterdam. Rosa, een eerstejaars studente geneeskunde en haar vriend Jacob worden ingelijfd door de corpsballen. Al snel blijkt dat de studentenvereniging een duister geheim bewaart.

Ares wordt voornamelijk gedragen door mysterie. De horror is psychologisch en zit goed in elkaar. We krijgen geen gemakkelijke jump scares maar goed opgebouwde scènes met hier en daar wat gore. Wel zit er vaak te veel tijd tussen deze scènes en schort er wat aan de chemie tussen de acteurs. Dit gaat ten koste de ontwikkeling van de personages waardoor er weinig emotionele binding ontstaat in de acht afleveringen van gemiddeld 30 minuten per stuk.

De uiteindelijke plot verschilt niet zo heel veel van het originele idee. De Gouden Eeuw speelt nog steeds een belangrijke rol en zien we voornamelijk terugkeren in de symboliek die Ares te bieden heeft. Ander groot inspiratiebron is zonder twijfel regisseur Stanley Kubrick. De ontgroeningsscène lijkt zo weggeplukt uit zijn Eyes Wide Shut uit 1999.

Naar het einde toe moet de kijker nog wat losse eindjes aan elkaar knopen. Het verhaal wordt (gelukkig) niet helemaal in hapklare brokken aangeboden waardoor er een beetje ruimte voor interpretatie blijft. Wel is de deur op een klein kiertje gehouden voor een eventueel tweede seizoen. Of die er gaat komen is nog maar afwachten en geheel afhankelijk van het succes van dit eerste seizoen. Voor fans van psychologische horror is Ares in ieder geval de moeite waard!